Van twee naar vier wielen

mazda-323_1345_3.jpg hoofdartikel

Vorige keer schreef ik over fietsen naar de veilinghallen Noord in Poeldijk en de ontberingen van dien. Misschien wel daarom heb ik een vroege fascinatie voor alles op vier wielen ontwikkeld. Ik denk achteraf omdat auto’s een kachel hebben. De vroegste Achilles auto-herinneringen gaan terug naar de goudkleurige Mazda 323 van Ton van der Laaken. Niet dat dat nou een heel bijzonder model was, maar Ton wist het gaspedaal goed te vinden en dat Japanse motortje schreeuwde het onder vollast uit van plezier.

Als je een plekje bij Ton in de auto had, dan was je bijna altijd als eerste op de bestemming en ook weer als eerste terug. Andre Baars kon er trouwens ook wat van. Stevig maar safe was zijn rijstijl, al klonken de motoren van de Opel Kadetjes in die tijd toch wat meer gestrest dan de naaimachientjes uit Japan. Gerard Mulder wist toen ook al dat ze in Zweden auto’s voor de eeuwigheid produceerden. Zijn 164 had last van drankzucht, maar was één van de mooiste Volvo’s ooit en nog steeds is hij het Zweedse merk trouw. Ze blijven rijden en dat is toch wel een belangrijke eigenschap van een auto. Stiekem worden ze zelfs mooier als je ze als werkpaard gebruikt. Onze Wout had toen hij een twintiger was een totaal andere smaak. Hij was idolaat van grote Japanse limo’s, zoals bv de Toyota Crown. Als het even kon, liet Wout zich graag chauffeuren. Nu goed Wout, je hebt het toch maar mooi tot voorzitter van ons clubje geschopt.
Peter Lievaart die in zijn beginjaren nog rijinstructeur is geweest, had een hele goede autosmaak, moet ik hem nagegeven. Peter reed graag mooie grote Italianen, meestal statige sedans. Fiats en later de sjiekere Lancia’s, zoals de Kappa. Ook Klaas Mast stond vroeger te boek als autoliefhebber. Hij kocht altijd snelle coupés zoals de Opel Manta en de Toyota Celica. Volgens Klaas had dat type als voordeel dat je nooit volk op je achterbank had. Behalve de keuze voor de auto die mij naar de wedstrijden bracht, was er ook altijd de keuze voor de chauffeur en natuurlijk wie er nog meer in de auto zat. Zo was de keuze voor Olga altijd een safe choice, Ingrid de Bruijn stond garant voor een vlotte rit en instappen bij ma Roethof die zich vaak beschikbaar stelde om te rijden was de goden verzoeken en een garantie op hachelijke momenten.
Ik deel bij dezen ook graag even een ontmoedigingsprijs uit aan de meest irritante bijrijder (lees meerijder) ever, dhr. Harald Braakman. Hij verzekerde zich altijd van de bijrijdersstoel en van daaruit richtte hij zijn terreur op nietsvermoedende medeweggebruikers. Het eerste wat Harald in alle auto’s deed was de toeter uitgebreid testen en hij bleef daar de hele rit maar op hengsten. Oude vrouwtjes, overstekende moeders met kinderwagens, niemand was veilig voor Harald. Als het even niet opschoot met het verkeer ging Harald het wel even regelen. Ik voel de plaatsvervangende schaamte nog, maar grappig was het vaak wel. Toch ging hij ook wel te ver en dat hij nooit een paar klappen heeft gekregen is voor mij een raadsel. Het meest irritante vond ik altijd dat hij op de terugweg na vijf minuten in de gordels ging hangen en in diepe snurk schoot. Zelfs hard remmen en optrekken deerde hem niet en kaartlezen “ho maar”. Een rijbewijs heeft hij nooit geambieerd of nooit gehaald. Eén van zijn betere keuzes.
Een lichting jonger dan de chauffeurs zoals bovenaan beschreven, waren Frits en ik ook van de partij met blik op wielen. Frits had aandelen in de Franse automobielindustrie en was een actief lobbyist voor het Franse comfort. “Peugeotje meneertje, zo licht als een veertje” zo wist hij, maar Citroën was echt zijn merk. Ik was meer zoekende in het begin. Zo ben ik ooit begonnen met een ordinaire Ford Taunus. Ik mocht er zelf nog niet in rijden omdat ik m’n eerste rijexamen verklootte op de welbekende rotonde invoegprocedure. Op aandringen van Frits ook Franse limousines geprobeerd (Peugeot 505 en Citroen CX), maar ik vond het echt veel te veel wiebelen. Langzaam maar zeker ging het voor mij van rappe Fiats richting de snelle Alfa’s. Niet dat ze super betrouwbaar waren en ook nog zeer gevoelig voor het roestspook, maar wat reden die achterwielaandrijvers geweldig.
Nu een paar decennia verder rijden Frits en ik al jaren naar volle tevredenheid Volvo. Zal Gerard zeggen: 'Beter laat dan nooit jongens'. Is Ton vd Laaken al jaren een groot Alfa Romeo adept en is de droom van Wout toch wat korter geworden (elektrische fiets). Zo zie je maar, tijden veranderen en het kan verkeren. Voor iedereen die straks aan de elektrische auto gaat, of moet, kijk uit, want ook daar zit een toeter in en Harald weet hem feilloos te vinden!
Groet,
Peter Frauenfelder

 

Datum 01-03-2022 11:00
Tags