Over Vastenavond, vakantie met kleinkinderen én een hoofdartikel schrijven

Carnaval.jpg hoofdartikel

Normaal werkt het voor mij zo dat ik de contouren van het artikel al enkele dagen soms al een week in mijn hoofd heb zitten, maar dat de uitwerking ervan op zich laat wachten. Zo ook deze keer…

Hoofdartikel.PNGWe lopen terug naar ons huisje afgelopen maandagmiddag als we in de verte het feestgedruis in Kaatsheuvel, oftewel Turfstekerslaand, horen. ‘Is het daar feest?’ vraagt Samuel. ‘Daar is het carnaval,’ zeg ik en dan volgt direct de vraag: ‘Opa, vertel eens wat over jouw carnaval, want dat vierde jij toch ook vroeger?’

Als inmiddels West-Brabander op leeftijd heb ik nog altijd een warme band met Vastenavond zoals Carnaval in Bergen op Zoom genoemd wordt. Dus vertel ik enthousiast het verhaal over mijn Krabbegat. De inwoners heten tijdens Vastenavond Krabben! Eigenlijk zijn en voelen zij zich altijd Krab. Ik diep van binnen ook nog wel na bijna 50 jaar in Den Haag. Zoiets voel je als je erover begint te vertellen.

De stad Bergen op Zoom ligt al honderden eeuwen strategisch op de Brabantse Wal, heeft sinds 1213 stadsrechten en ligt hoog op een natuurlijke grens tussen land en water. Volgens het overleveringsverhaal rondom Vastenavond komen zolang de stad al bestaat ieder jaar alle krabben samen op de Grote Markt in de binnenstad.

Vandaar dat heel veel Krabben van buiten het Krabbegat tijdens de Vastenavond als rechtgeaarde Krabben de roep om “naar huis” te komen niet kunnen weerstaan. Ook ik heb vele keren deze trek gemaakt. Leuk om te vernoemen dat een veel voorkomende karaktertrek van Bergenaren zich het beste laat omschrijven als dat ”de krab een eigenzinnig, dwarslopend beest is én dat die eigenschap een Bergenaar van nature niet vreemd is”. Er wordt instemmend geknikt in mijn volwassen publiek.

Vastenavond, het woord zegt het al, het zijn de laatste vier dagen voordat de Vastentijd op Aswoensdag start. Het is al eeuwen dé periode waarin de burgerij zich nog even kan en mag uitleven na een lange, koude, donkere winter en er zes weken gevast moet gaan worden. Vroeger, in mijn tijd, was dat Vasten best nog heel erg door de kerk gestuurd iets, nu is dat veel meer persoonsgebonden.

Tijdens Vastenavond is iedereen gelijk tot elkaar en de zotheid (over)heerst. Dat wil zoveel zeggen als dat men het allemaal niet zo nauw neemt met en tot elkaar. Met de nodige grappen en grollen neemt iedereen elkaar de maat.

Dit zie je terugkomen in de intocht op zaterdagmiddag, de kindervastenavond op maandagmiddag en de optocht op dinsdagmiddag. Vooral tijdens de optocht op dinsdag wordt veelal de lokale, maar ook de landelijke actualiteit met een dikke vette knipoog en humor op de hak genomen.

Dit alles onder leiding van de Prins en zijn gevolg die op zaterdag de sleutel van de stad hebben gekregen en vier dagen de stad “besturen”.


De Prins met zijn gevolg wonen, volgens het verhaal van Vastenavond, in het Slikpaleis dat gelegen is onder de zeespiegel in de slikken rondom Reimerswaal in de Oosterschelde. Ieder jaar rond 11/11 komen ze weer boven water, maar dan nog niet als de verklede figuren zoals wij deze kennen tijdens de Vastenavond zelf. Zij zijn dan als boeren gekleed in een lange blauwe boerenkiel, een boerenpet en een rode zakdoek om de nek.

Voor de herkenning draagt de Prins als enige van de boeren naast een lange boerenkiel een blauwe zuidwester met een witte veer en een klein visnet over de schouders. Pas tijdens de intocht op de zaterdag van Vastenavond tot en met de dinsdagavond hebben de Prins en zijn gevolg hun officiële kostuums aan. Kostuums vol van symboliek en verwant aan alles wat het Krabbegat is voor de Krabben.

Verder is er nog de heks Wana die de leut tevoorschijn tovert en tijdens de vier dagen Vastenavond in de gaten houdt. Daarom blijft na de intocht de kar met de heks Wana en haar zwarte kraai op een stok midden op de Grote Markt staan als teken dat de Vastenavond begonnen is en dat zij de leut in de gaten houdt. Op dinsdagavond om uiterlijk 23.45 uur wordt de kraai door de prins (weer als boer verkleed) van zijn stok “geschoten” en daarmee stopt hij dan abrupt de Vastenavond.

En geloof het of niet, maar dan stopt alle muziek en gaat iedereen heel stilletjes naar huis. De leut van dit jaar is gestopt, maar niet getreurd want volgend jaar is ie er weer. Alleen op woensdagmorgen eerst nog even een askruisje halen bij mijnheer pastoor, verder veel uitrusten en veel water drinken…

En de Krabben zullen tegen elkaar zeggen: “Agge mar leut et g’had deez jaar.”

Ik hoor het jullie zeggen, wat heeft dit alles met korfbal en Achilles te maken?

HE-LE-MAAL NIETS!!!

Maar doordat Vastenavond, een midweek vakantie met vrouw, dochter en haar gezin in De Efteling én het schrijven van een hoofdartikel tijdens Carnaval samenkwamen, vond ik het wel zo leuk om ook jullie mee te nemen in het verhaal over het vieren van Vastenavond in mijn Krabbegat.

En dagge bedankt zijt dat witte.

Hans Lijmbach

Datum 24-02-2026 11:00
Tags