Zeventig
Een half mensenleven geleden was ik vaste redacteur van de Leeuwenkrabbels. Ik schreef iedere week een hoofdartikel en nog allerlei andere berichten, vermaningen, stukjes over lief en leed, wie er velddienst had, wat de ploegen gedaan hadden die week enzovoorts. Niet op mijn iPad, die had ik toen nog niet en jullie ook niet trouwens.
Nee, met de hand, en dan bracht ik de verzamelde kopij naar de typist van dienst, die het uittypte op de elektrische IBM-typemachine die Achilles bezat. Maandagavond werd het krantje dan gedrukt op de offsetmachine van Paul Muller en dinsdagavond was het krantjes vouwen.
Dat was een taak die in de jaren zeventig aan de Contactraad was toebedeeld, gevangeniswerk, maar gezellig was het wel. Later, toen er steeds meer fitte pensionado’s kwamen namen die het klusje over. Gek genoeg kan ik me helemaal niet meer herinneren hoe en op welk moment de namen en adressen op het voorblad werden geplaatst. Het einde van het proces was dat er iemand naar het hoofdpostkantoor aan de Waldorpstraat moest rijden om de bundel krantjes bij de PTT af te leveren.
Het schrijven van het hoofdartikel moest soms uit mijn tenen komen, inspiratie is niet iets wat je in een doosje op je bureau hebt staan. Natuurlijk nam ik me altijd voor om wat stukjes op voorraad te hebben voor een zondagavond zonder ideeën, of één die beneveld was geraakt door een al te gezellige middag in de kantine.
Op de kop af veertig jaar geleden was ik in een melancholieke stemming, ik stond aan de vooravond van mijn dertigste verjaardag en dacht dat nu het goede leven voorgoed voorbij zou zijn. Oud en afgeschreven, dat was mijn beeld. Ik heb daar toen het hoofdartikel aan gewijd, een zwaarmoedig verhaal over verval en ondergang. Ik ben daar veel over aangesproken, sommigen vonden het volstrekt ongepast, anderen vonden me gewoon een aansteller en er waren ook mensen die de zwartgalligheid wel konden waarderen. Het is trouwens nogal meegevallen met dat verval, soms helpt het om je angst van je af te schrijven. En nu word ik volgende week zeventig, ik kan het moeilijk geloven maar somber zoals in 1986 ben ik er niet over.
Een lange aanloop naar wat ik vandaag als boodschap heb: hoe ouder onze club wordt hoe beter het gaat. Sportief waren er ups-and-downs, de afgelopen veertig jaar, maar de club is gezond, speelt op behoorlijk niveau en heeft een mooi ledenaantal. Ruimte voor verdere groei. Bij mij is het beste er natuurlijk wel af maar bij Achilles zeker niet. Op naar de volgende veertig jaar!
Steven Broers
| Datum | 19-05-2026 14:00 |
|---|---|
| Tags | Hoofdartikel |